
Toen Erasmus uit Italië vertrok, was Milaan vermoedelijk de laatste grote stad waar hij verbleef. Misschien heeft hij ook nog overnacht in de noordelijke voorstad Sesto San Giovanni. In elk geval is daar nu een Liceo Statale gevestigd dat sinds 1990 zijn naam draagt. Als ik ’s ochtends op het schoolplein aankom, snapt de directrice, Mariella di Cicco meteen wie deze fietsende bezoeker is. Samen met haar collega Emanuela Andreazzo leidt zij mij rond in de school en later nodigen zij mij met nog drie collega’s – Gaetano, Cristina en Valentina – uit voor de lunch. Valentina fietst ook veel en wil graag mijn fiets met de hare vergelijken; we fietsen samen een stuk terug naar Milaan.

Maar eerst mag ik van 10 tot 12 kennismaken met alle circa 150 leerlingen uit de hoogste klas, terwijl de andere leerlingen desgewenst via een videoverbinding meekijken. Het thema is: Erasmus. Ik heb in het Engels en mijn beste Italiaans een quiz voorbereid over de naamgever van de school. Iedereen doet enthousiast mee (ter informatie: in Italië is het gebruik van telefoons op school verboden) en uiteindelijk zijn er twee winnaars: Marco en Luisa, die beiden slechts twee van de veertien antwoorden misten; zij zijn de Erasmusexperts van Sesto San Giovanni.
Ik leer daar dat het Erasmus+-programma – die naamgeving was onderwerp van mijn laatste quizvraag – ook uitwisseling tussen middelbare scholen faciliteert. Enkele leerlingen vertellen over hun buitenlandervaringen.
Daarna mogen de leerlingen mij vragen stellen. Die lopen nogal uiteen. Bijvoorbeeld: Hoeveel kilometer fiets je op een dag? Gemiddeld leg ik ongeveer honderd km per dag af, waarover ik zes of zeven uur doe; een stuk sneller dan Erasmus destijds te paard. Andere vraag: Wat voor karakter had Erasmus eigenlijk? Hij was volgens mij erg gedreven, maar ook vaak wel mopperig.
Ik vond het een heel mooie dag en ik ben blij dat ik zo de school en haar naamgever dichter bij elkaar heb kunnen brengen. Hartelijk dank voor de gastvrijheid!

